Wat mensen

Intrekking twee belangrijke goedkeuringen Wet op belastingen van rechtsverkeer met ingang van 1 juli 2011

De minister van Financiën heeft recentelijk de resolutie ingetrokken waarin een toelichting op de Wet op belastingen van rechtsverkeer was gegeven. Volgens de minister heeft de 'Toelichting WBR' door latere wetswijzigingen en jurisprudentie haar actualiteit en belang inmiddels verloren. Het nog geldende goedkeurende beleid uit de Toelichting is opgenomen in nieuwe beleidsbesluiten. De onderstaande goedkeuringen die eveneens in de Toelichting WBR waren opgenomen, worden echter feitelijk met ingang van 1 juli 2011 ingetrokken.

Koper neemt overdrachtsbelasting vorige verkrijging voor zijn rekening
Indien een onroerende zaak binnen de termijn van artikel 13 WBR wordt overgedragen, wordt veelal overeengekomen dat de koper het belastingvoordeel dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 13 WBR afstaat aan de verkoper. Volgens de minister neemt de koper in dat geval een last voor zijn rekening die onderdeel vormt van de tegenprestatie als bedoeld in artikel 9 lid 1 WBR. In § 23 lid 5 van de Toelichting WBR was in dat geval evenwel goedgekeurd dat heffing van overdrachtsbelasting over de waarde van deze last achterwege blijft. De gedachte hierachter was dat men zonder deze goedkeuring heffing over de last tracht te vermijden door de leveringsakten in omgekeerde volgorde te laten verlijden.

Thans is de minister van oordeel dat deze laatste opvatting in strijd is met artikel 8 lid 2 WBR en om die redenen komt de goedkeuring te vervallen. Als overgangsregeling keurt de minister tot 1 juli 2011 goed dat bij een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander, waarbij de laatste de last op zich neemt de ter zake van de vorige verkrijging verschuldigde overdrachtsbelasting voor zijn rekening te nemen, wordt afgezien van heffing van overdrachtsbelasting over de waarde van deze last.

Samenloop met omzetbelasting, economische eigendom
De WBR kent een vrijstelling voor situaties waarin sprake is van samenloop van heffing van overdrachtsbelasting met omzetbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de WBR). Er geldt een vrijstelling voor onder meer verkrijgingen krachtens een levering als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Wet OB (de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorende terrein vóór, op of uiterlijk twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, alsmede de levering van een bouwterrein).

Op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet OB vormt de overgang of overdracht van de macht om als eigenaar over een onroerende zaak te beschikken een levering. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet OB kan de vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van rechten op onroerende zaken een levering vormen. Voor de heffing van overdrachtsbelasting is voor de verkrijging bij de genoemde leveringen in beginsel een beroep op de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de WBR mogelijk.

In geval van een latere juridische levering van de onroerende zaak aan dezelfde verkrijger is geen omzetbelasting verschuldigd. Er is dan ook geen sprake van samenloop met overdrachtsbelasting. De vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de WBR is in dat geval niet van toepassing. Voor de heffing van overdrachtsbelasting kan echter sinds 31 maart 1995 een beroep worden gedaan op de regeling van artikel 9, vierde lid, van de WBR. Hiermee wordt in voldoende mate een dubbele heffing voorkomen. Op grond van deze regeling zal in het algemeen overdrachtsbelasting verschuldigd zijn over de waardestijging van de onroerende zaak in de periode gelegen tussen de economische en de juridische verkrijging.

Tot op heden werd in het bovengenoemde geval van samenloop van overdrachtsbelasting met omzetbelasting voor de latere juridische levering een goedkeuring verleend met toepassing van artikel 63 van de AWR. Deze goedkeuring is ruimer dan de bestaande wettelijke regeling van artikel 9, vierde lid, van de WBR en wordt om die reden ingetrokken. Om de betrokken partijen de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op deze intrekking, wordt er een overgangsregeling opgenomen. Voor de periode tot 1 juli 2011 wordt nog het volgende goedgekeurd met toepassing van artikel 63 van de AWR.

Goedkeuring
Onder voorwaarden wordt het volgende goedgekeurd. Indien van een nieuw vervaardigde onroerende zaak vóór, op, of uiterlijk twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, aan dezelfde verkrijger eerst de economische eigendom en op een later tijdstip de juridische eigendom wordt overgedragen, geldt het volgende. Voor de heffing van overdrachtsbelasting mag de bij de levering op de voet van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Wet OB geheven omzetbelasting worden aangemerkt als verschuldigd ter zake van de juridische eigendomsoverdracht.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden:

Voorwaarden

  • De onroerende zaak is niet als bedrijfsmiddel gebruikt, dan wel de onroerende zaak is wel als bedrijfsmiddel gebruikt, maar de verkrijger kan geen omzetbelasting in aftrek brengen;
  • De juridische eigendomsoverdracht vindt plaats uiterlijk op 30 juni 2011.

De bovenstaande goedkeuring geldt ook, onder dezelfde voorwaarden, in de situatie van een zgn. A-B-C levering. Namelijk in het geval dat A de economische eigendom overdraagt aan B en B vervolgens de economische eigendom overdraagt aan C, waarna A de juridische eigendom overdraagt aan C. Als voorwaarde hierbij geldt dat B bij de A-B-C levering een wezenlijke functie vervult. Zo geldt de goedkeuring niet als B slechts is tussengevoegd omwille van het fiscale resultaat.

Benadrukt wordt dat de bovengenoemde goedkeuring niet geldt voor overdrachten van zgn. 'oude' onroerende zaken (geleverd meer dan twee jaar na het in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Wet OB bedoelde tijdstip van eerste ingebruikneming) en voor situaties waarin door partijen is geopteerd voor een met omzetbelasting belaste levering (artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 2˚, van de Wet OB).

Indien er naar aanleiding van het vorenstaande nog vragen mochten bestaan, kunt u contact opnemen met de vakgroep Commercieel onroerend goed en projectontwikkeling.

Met vriendelijke groet,

Van Weeghel Doppenberg Kamps Notarissen

Postadres: Postbus 79, 7000 AB Doetinchem Bezoekadres: Keppelseweg 1-3, 7001 CE Doetinchem
Contact: Telefoon (0314) 37 22 22, , www.vwdknotarissen.nl