Vrijstelling overdrachtsbelasting bij aankoop van een Rijksmonument
De overheid heeft een groot aantal panden aangewezen als Rijksmonument. Dit houdt in dat deze panden een bijzondere status en bescherming hebben: de eigenaar moet deze panden nagenoeg ongewijzigd in stand houden. Aan verbouw en onderhoud worden strenge eisen gesteld.
Om de eigendom en instandhouding van een monumentenpand betaalbaar te houden, zijn er nogal wat regelingen die de aankoop en het onderhoud aantrekkelijk maken. Zo zijn er subsidies, restauratiehypotheken met zeer lage rentes, aftrekmogelijkheid voor restauratie- en onderhoudskosten in de inkomstenbelasting en bestaat er een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de aankoop van een Rijksmonument.
Tot voor kort gold deze vrijstelling van overdrachtsbelasting alleen als het monument werd verkregen door een BV die in de statuten (onder meer) als doelstelling heeft opgenomen: het in stand houden van monumenten.
Deze voorwaarde was gesteld omdat de overheid dacht hiermee meer grip en controle te houden op de toepassing van de vrijstelling en misbruik hiervan te voorkomen.
Volgens een particulier, die € 60.000,- overdrachtsbelasting moest betalen bij de aankoop van een monumentenpand, is de bepaling dat alleen een BV in aanmerking komt voor de vrijstelling een vorm van discriminatie, omdat de vrijstelling gericht is op instandhouding van monumenten. De vraag of dat gebeurt door een rechtspersoon of door een natuurlijk persoon doet er niet toe, naar de mening van deze koper.
Het Gerechtshof in Den Haag heeft hem gelijk gegeven en heeft beslist dat particulieren, net als bedrijven, recht hebben op de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij aankoop van een monument.
